Loslaten: Part II

Ik zat bovenin het cafeetje in mijn oude buurt, waar ik altijd een broodje kaas en een zwarte koffie bestelde. Thuis imiteer ik dat broodje nog weleens: een snee Hartog-brood, twee lagen kaas, beetje olijfolie en paar korrels zout – perfect. Het is het cafeetje waar je alles – de stoelen, lampen en kapstokken – kunt kopen, maar anders dan bij andere hippe conceptzaakjes hangt hier een oprechte sfeer.

Eerst was er de onrust. Het kon toch niet zo zijn dat ik nu echt niets te doen had? Dat ik gewoon zonder schuldgevoel in een cafeetje kon zitten? Na maanden van korte dramatische nachten en dagen vol lawaai en verontrustende berichten klonk er nu opeens alleen zachtjes Cesária Évora op de achtergrond. Hoorde ik daar een baby huilen? Nee, dat geluidje hoorde bij de muziek.

Mijn eerste impuls was: kopen. Als ik niet kon werken of verzorgen, dan maar consumeren. Ik stond op om cadeautjes voor mijn gezin uit te zoeken – iets wat ik me acht jaar geleden niet had kunnen voorstellen, en me zeker niet kon veroorloven. Een puzzel, een rubberen olifant, een Roaring Twenties-jurkje voor mijn vriendin (gokje).

Toen ik dan toch ging zitten en mijn boek opende, gebeurde het. De muziek, het uitzicht over het fijne café onder me, het ontbreken van een volgende stap: de spanning gleed van me af. Een vreemd vibrerend gevoel in mijn gezicht en nek, dat langzaam over de rest van mijn lichaam trok. Ontlading, maar dan gewoon door diep te ademen. Een bijna mystieke ervaring.

Ik herinnerde me opeens dat ik hier ook zat toen ik dat gevoel voor het eerst bewust meemaakte, exact op deze plek, hoewel waarschijnlijk op een andere stoel omdat die dus steeds verkocht worden. Acht jaar geleden ging het ook niet goed met me – blablabla burnout – maar tegelijkertijd beter dan ooit. Dat gaat soms samen. It was the best of times, it was the worst of times, zoals Charles Dickens schreef in een boek dat ik niet gelezen heb.

Erkennen dat het slecht met je gaat, geeft gek genoeg een goed gevoel. Vaak krijg je daarna ook nog hulp en nieuwe inzichten, wat toch een beetje de crème de la crème van het leven is. Destijds ontdekte ik dat ik een lichaam had dat ik niet liefdeloos met me mee kon blijven slepen. Dat ik constant gespannen was, maar dat ik dat ook gewoon kon loslaten. Vibraties in je gezicht en je nek. Zo simpel als een broodje kaas eigenlijk.

Ik weet nog niet zo goed wat ik nu geleerd heb. Dat ik meer aan kan dan ik dacht, misschien. Dat ik soms gewoon mijn verantwoordelijkheid moet nemen en moet doorgaan. Maar dat ik ook mijn gevoel kan vertrouwen. Misschien.

Hoe dan ook was het een tijd waarin ik om half drie ‘s nachts als een dier tegen de muur schreeuwde, waarin ik doodsbang was voor wat er allemaal om me heen gebeurde, maar tussen dat lawaai door waardeerde ik het leven ook meer dan ooit.
Dus las ik mijn boek en dronk mijn koffie. Alles was goed – voor nu.