Zwembad

Onze onderbuurvrouw heeft een zwembad. Een uitklapzwembad van twee bij drie, met een luchtbed waar ze op dobbert in haar bikini. Daarnet mompelde ze gelukzalig tegen haar hondje: “Wat een leven, Lucy, wat een leven.”

Dezelfde buurvrouw leent een keer in de maand dertig euro van ons. Of eigenlijk leent ze het van mijn vriendin, want als ik opendoe zegt ze snel: “Hé schat, alles goed, is je vrouw thuis?” Eerst leende ze het sporadisch, maar al snel kwam er een regelmaat in. Ik maakte me zorgen over afhankelijkheid, maar mijn vriendin zei dat het wel mee zou vallen, en natuurlijk kreeg ze gelijk.

Het grappige is: we geven haar telkens dezelfde dertig euro. Als ze de terugbetaling door de brievenbus gooit (‘Bedankt weer meis!’) bewaart mijn vriendin de envelop, om hem een maand later weer te overhandigen. Ze krast de vorige boodschap door en schrijft er iets nieuws bij. De buurvrouw kan daar de humor wel van inzien. We zijn een soort bank voor drie schamele tientjes.

Toen we hier net woonden, was er geluidsoverlast – of ik was paranoïde, dat zou ook goed kunnen. Ik hoorde telkens een dreunende bastoon. Het moest bij de buurvrouw vandaan komen. “Ha buurman!” zei ze toen ze opendeed. Ik vroeg haar of ze muziek draaide. “Nee jongen, ik ben alleen wat computerspelletjes aan het spelen.” “Oh ja? Game jij?” “Ach ja, gewoon wat life simulation games weet je. The Sims enzo.”

Het ijs was gebroken. We praatten over de geluidsoverlast en toen zei de buurvrouw: “Ja, ik hoor jullie ook weleens. En zij van hiernaast ook, met die kinderen. Maar dan denk ik altijd maar: het leeft, weet je. Het lééft.” Daar moet ik nog vaak aan denken.

Soms denk ik dat de wereld naar de klote gaat dankzij de valse belofte van het consumentisme: alles is leuk, iedereen is bijzonder. Die ijdele en hedonistische gedachte is zo wijdverspreid dat zelfs de laagste sociaal-economische klassen hun luxe opeisen. “Leef, alsof het je laatste dag is. Pak alles wat je ka-ha-ha-haaan,” klinkt uit elke geluidsinstallatie van onze achterstandsbuurt. Ja, en als dat niet lukt? Dan maak je schulden, of geef je iemand anders de schuld.

Maar dan kijk ik vanaf ons balkon naar onze dobberende buurvrouw en dan denk ik: voor een paar tientjes tovert ze haar sociale huurwoning om tot een villa in Saint-Tropez. Dat kan alleen in deze tijd, en dat is prachtig. Het leeft, weet je. Het lééft.