Verliefd

Ik ben de laatste tijd opvallend vrolijk. Er is al een tijdje geen sprake meer van de vaste pieken en dalen: ik sta elke dag op met een goed gevoel. Hoe zou dat toch komen, dacht ik vanochtend. Door mijn knappe zoontje, mijn lieve vriendin, de lente? Ben ik eindelijk volwassen geworden?

Toen besefte ik opeens: Ajax. Het komt doordat het zo goed gaat met Ajax.

Ik schrijf niet vaak over voetbal, hoewel ik er zeker 65 procent van de tijd aan denk. Misschien omdat het gênant is – er zit niet echt een verheffend verhaal in het feit dat ik regelmatig als een junkie op de wc door Voetbalzone zit te scrollen. Maar nu Ajax in de halve finale van de Champions League staat, wat onmogelijk is, schommelt dat percentage rond de 100 procent: ik lees echt ál het nieuws, kijk álle filmpjes.

Die obsessie begon 25 jaar geleden, toen ik als jongetje verliefd werd op het Ajax van Litmanen, Rijkaard, Blind en Kluivert. Stuk voor stuk unieke personages, onder leiding van die maniak Louis van Gaal. Het seizoen 1994/1995 was een sprookje: ongeslagen kampioen en winnaar van de Champions League.

Ik hield plakboeken bij, waarvoor ik zorgvuldig elk Ajax-plaatje uit kranten en tijdschriften knipte. Vlakbij onze basisschool woonde Fred Grim, de reservekeeper, bij wie we soms een handtekening gingen halen. Het schijnt dat Frank de Boer een keer open deed, maar daar was ik niet bij. Als ik wakker was geworden uit een nachtmerrie, zette mijn vader een foto van de Ajax-selectie naast mijn bed, om over me te waken.

Dat is het misschien: Ajax stelt me gerust. Omdat het iets is waar ik geen controle over heb, maar dat er toch altijd is, en dat altijd naar een romantisch soort voetbal zal streven. Voetbal is sowieso de meest onvoorspelbare sport die er is: ook tijdens mindere tijden kun je je hoop erop vestigen. En de illusie koesteren dat je er invloed op hebt.

En nu betaalt al die hoop zich eindelijk weer uit. Er staat weer een elftal met spelers om van te houden: Tadic, Frenkie, De Ligt, een nieuwe Blind (wat dat betreft is het jammer dat de zoon van Kluivert is vertrokken). En dan vergeet ik Neres, Ziyech, Mazraoui, Nico en Onana nog. En Donny natuurlijk. De helden van toen vormen nu het bestuur. Het seizoen staat bol van de symbolische verwijzingen naar Cruijff, naar Nouri.

Ja, verdomme, het is waar: ik ben verliefd. En net als bij een echte verliefdheid gaat het ten koste van mijn gezondheid: ik slaap slecht, drink teveel, mijn hand doet pijn van al het scrollen en ik ben helemaal verkrampt van de spanning. Een vriend zei na de eerste wedstrijd tegen de Spurs: “Ik keek in mijn agenda en dacht bij elke verplichting van de komende week: dat gaat dus niet lukken.” Ja. Zo is het.

Ik denk alleen nog maar aan het verhaal van Ajax. Aan elke speler, elke kans, elk detail. Want nogmaals: dit kán helemaal niet, wat er nu gebeurt. Ik begrijp er helemaal niets van. En dat maakt het zo fantastisch.