Tractor

Aangezien ik een kind van twee heb, ben ik een expert op het gebied van landbouw. Tinus wijst moeiteloos de maaidorser en de vorkheftruck in zijn plaatjesboek aan. Tijdens de ellenlange dagen van buikgriepjes of oorontstekingen keken we urenlang naar YouTube-series waarin het boerenleven vakkundig wordt geromantiseerd met klassieke muziek en drone-shots.

Met name ’12 Months on a UK Farm’ is hartverwarmend. Hierin keert stadse hipster Rufus terug naar de boerderij van zijn moeder Sarah, om te leren over het boerenleven. Elke aflevering verandert het seizoen. Rufus is onhandig, maar niet karikaturaal zoals in andere reality-tv, en hij bewondert zijn moeder oprecht: niemand werkt zo hard als Sarah, en niemand houdt zoveel van dieren. De zoon-moeder-interviews geven het programma een unieke intimiteit (“Papa huílen!”).

Misschien dat ik daarom bevooroordeeld ben over de stikstofprotesten. Milieu-activisten klagen over de disproportionele aandacht voor de boeren, maar iedereen begrijpt toch dat een colonne tractoren gaver is dan 25.000 mensen met bordjes? Vraag maar aan een peuter! (Die peuter ziet overigens ook meteen wanneer het te ver gaat: “Wat doet die tractor nou?” zei mijn zoon bij het filmpje van het Groningse boerenprotest.)

Het probleem is dat die boeren vaak helemaal niet meer op de kinderplaatjes of zelfs boer Sarah lijken. De boerderijen zijn tegen wil en dank veranderd in gigantische boerenbedrijven, waar geen hooivork meer aan te pas komt.

In de kern zijn we namelijk nog steeds peuters: we willen groter, sneller, méér. Als ik mijn zoontje nu ’12 Months on a UK Farm’ laat zien, zegt hij al snel: “Niet die. Andere!” Tot we bij een filmpje uitkomen waarin een Amerikaanse macho-boer zijn mega-tractor showt.

Opportunistische rechtse partijen doen intussen beloften die zelfs een kind niet zou geloven. “Minder mensen!” is de oplossing van rechts Twitter. Ja, een beetje genocide, altijd een goed idee.

Maar later dacht ik: misschien is dat wel de kern. We leven in een klein land, in overvolle tijden, terwijl steeds duidelijker wordt dat ons systeem van eeuwige groei niet houdbaar is. Iedereen voelt dat, iedereen is erdoor in de war, maar het uit zich op verschillende manieren.

Mijn zoon is de laatste tijd ook regelmatig overweldigd. Hij wil alles tegelijk: boekje lezen, rennen, chocomelk tijdens het ontbijt. Als blijkt dat iets niet kan, raakt hij volledig overstuur, of wil hij opeens helemaal niets meer. Volslagen melodramatisch werpt hij zich dan op de bank: “Ik wíl niet melk! Ik wil ándere melk!”

De stikstofcrisis biedt een kans op verbinding. Iedereen vindt tractors gaaf, maar we willen ook andere melk. We willen alles, maar tegelijkertijd hebben we zoveel behoefte aan mínder. Iedereen wil de realiteit van ’12 Months on a UK Farm’. Als ik een politicus was, zou ik hard gaan werken aan een kinderboek over stikstof. Met heel veel gave plaatjes.