Steeds feller

Vroeger hield ik ervan om in de zon te bakken. Dan zat ik voor het open raam van mijn studentenflat met mijn voeten op de vensterbank en een studieboek op schoot lekker te zweten, drinking it all in zoals de Engelsen zeggen.

Het is een familietrekje: mijn half-Hongaarse opa werkte in de scheepvaart en zat zich dus vaak op het dek aan de zon te laven. Zijn kinderen, waaronder mijn moeder, zijn stuk voor stuk echte zonaanbidders die in mum van tijd superbruin kunnen worden.

Zonnen is altijd een ijdele bezigheid geweest: met gesloten ogen je blik naar de spotlight richten, obsessief bezig met je eigen pigment, zoals de surfer-soldaat Lance B. Johnson in Apocalypse Now. Voor mij had het ook iets stoers: als op studiereis in Libië alle medestudenten zich onder een afdakje voor de woestijnzon verscholen, ging ik juist in de volle zon staan. Als mijn vrienden op Interrail-reis in Rome klaagden over de hitte, beet ik ze toe: “Dan hadden we maar naar Noorwegen op vakantie moeten gaan!”

Ik smeerde me ook nooit in. Ik verbrandde toch niet “met mijn huidtype”, zei ik vol jeugdige (oliedomme) bravoure. Een paar jaar geleden kreeg mijn opa huidkanker op zijn neus.

Rond die tijd begon ik te merken dat de zon feller werd. Ik kon het niet bewijzen, maar het voelde steeds minder prettig om in de zon te zitten. Misschien kwam het doordat ik ouder werd, maar opeens verbrandde ik. Sindsdien geef ik de voorkeur aan de schaduw.

Gisteren was letterlijk de heetste dag ooit. Overal werd bericht over hitterecords, strandgangers en slaap-tips, maar nergens werd de link met klimaatverandering gelegd. Dat is absurd. De wetenschap is het erover eens dat wij voor een klimaatcrisis hebben gezorgd, die steeds extremer weer tot gevolg zal hebben, maar niemand heeft het erover.

Misschien komt het doordat het weer een van onze laatste a-politieke, onschuldige gespreksonderwerpen is: je kunt met iederéén een praatje over het weer maken; het weerbericht vormde met zijn voorspelbare voorspellingen de vaste, saaie afsluiting van het journaal. Ik bedoel, wie had gedacht dat fucking Gerrit Hiemstra een van de meest urgente stemmen van onze tijd zou worden?

Tegelijkertijd is het protest onschadelijk gemaakt door de zakelijke elite die overal ter wereld de macht in handen heeft: Saudi-Arabië en de Verenigde Staten blokkeren steevast de klimaatcrisis als VN-agendapunt; het kabinet Rutte-III zegt dat we gewoon vaker onze bandenspanning moeten controleren, en blijft intussen pleiten voor uitbreiding van Schiphol.

Ik weet niet zo heel veel. Ik ben een gast die zonder zonnebrandcrème gaat zonnen in de Libische woestijn. Het heeft me veel te lang gekost om de ernst van klimaatverandering in te zien, en ik begrijp nog steeds niet alles. Daarom is het zo belangrijk dat het goed wordt uitgelegd, dat de boodschap zich verspreidt, met dezelfde urgentie waarmee je gisteren naar de koelkast rende voor een koud drankje. Want uiteindelijk telt dat het meeste: onze directe ervaring. Hoe fel de zon voélt.

Dus als de buurman straks zegt: “Heet hè?”, dan kan dat de aanleiding zijn voor een ongemakkelijk, maar belangrijk eerste gesprek.