Snor

“De populairste scholen zijn er niet,” fluistert een andere vader. We staan op de scholenmarkt; zoals verwacht is het er ontzettend druk. Noord barst van de kinderen, de jaarlijkse basisschool-loting schijnt een grote soap te zijn.
Toch lukt het me niet om het serieus te nemen. Thuis zeiden mijn vriendin en ik al tegen elkaar dat we naar een ‘partnerruil-markt’ gingen, waar alle ouders vooral naar elkaar kijken. “We nemen gewoon de school waar de knapste mensen staan, oké?”
En inderdaad, nu staan we vooral met andere (knappe) ouders te praten. De vader tegenover me is een acteur met een snor, die ik meteen mag. Zodra ik doorheb dat hij het ouderschap net zo ironisch benadert als ik, haal ik opgelucht adem. Mijn beste vrienden zijn allemaal kinderloos; ik snak naar iemand met wie ik grappen kan maken over de hand-mond-voetziekte.
“Jezus, die school geeft Engels vanaf groep 1!” zeg ik, wijzend naar een kraampje. “Ja, die moeten wel, ze zitten heel ver weg,” verklaart de acteur. Hij laat me een kaart met de 34 scholen zien.
Hij wijst op een stipje niet ver van ons huis: “Daar zitten de kinderen van Marjolijn van Heemstra. Schijnt een leuke, diverse plek te zijn.” “Natuurlijk, als Marjolijn haar kinderen daar heeft…” De acteur kijkt me speels, bijna flirty aan terwijl hij quasi-serieus knikt: “De basisschool van Marjolijn van Heemstra: dáár wil je je kinderen hebben.”
Dan laat hij me alleen. “De tiger dad komt in me los,” zegt hij gespannen.
Mijn vriendin en ik duiken er ook in en raken aan de praat met een juf van de school bij ons om de hoek – met een slechte reputatie, zo weten we. Haar glimlach grenst aan het wanhopige terwijl ze haar optimistische verhaal afratelt, en wij al weten dat we een andere keuze zullen maken.
Naast de juf staat een directrice van een snel groeiende school. Het is alsof iemand een plaatje van een basisschooldirecteur uit een kinderboek heeft geknipt: piekfijne krullenbos, grote bril, stevige houding. “Onze zoon is pas twee, dus dit voelt erg vreemd,” bekent mijn vriendin. “U krijgt een brief waar alles in staat,” zegt de directrice. “Staat er ook in wie we allemaal moeten omkopen?” vraag ik. “Ja,” antwoordt ze met een glazige blik. Het duurt drie seconden voor ze toch in de lach schiet.
Aan het eind van de krappe gang staat de acteur samen met een stel andere ouders de Montessorischool-directrice te ondervragen. “Bieden jullie continuïteit voor de klas?” vraagt hij, terwijl hij naar mij knipoogt. Ze zucht. “Dat is moeilijk in deze tijd. Ik kan niets garanderen.”
Opeens is daar de realiteit: terwijl er talloze ouders langskomen om scholen te shoppen, zijn er niet genoeg mensen die zélf voor de klas willen staan.
Als de markt wordt opgedoekt, hebben we nog geen keuze gemaakt. Op weg naar de uitgang zegt de acteur: ” Misschien kunnen we een keer met onze zoons naar een zandbak ofzo?” Ik probeer niet te gretig te klinken als ik zeg: “Ja, leuk.”