Schaafwond

“Gaat ik vandaag naar de opvang?” vraagt m’n zoon als hij mijn vriendin en mij hoort overleggen over wie hem gaat brengen en wie hem gaat halen. “Ja schat,” zeg ik zo luchtig mogelijk, maar BAM, daar barst de bom al: “IK WIL NIET NAAR DE OPVANG!” huilt hij, het hoofd dramatisch in de nek geworpen.

Het leven met een agenda kan je soms de adem benemen, maar het moet ook niet makkelijk zijn als elke dag je overkómt. Maar wat we ook proberen – ‘s ochtends al vertellen, niet vertellen, hem meelokken met speelgoed, het ‘speelparadijs’ in plaats van ‘opvang’ noemen – meestal wil hij niet.

Als ik hem na een lange worsteling bij de opvang aflever, klampt hij zich aan me vast en krijst: “IK WIL BIJ JOU BLIJVEN PAPA!” Het is vreselijk. Maar terwijl ik wegfiets klamp ik me zelf vast aan wat een bevriende moeder ooit tegen me zei: “Soms hebben ze een kutdag. Tja. Dat heb ik ook weleens.”

Het is een van de vele paradoxen van het ouderschap: je moet vanaf dag 1 beginnen met loslaten. Anders leren ze nooit hoe het is om een kutdag door te komen; een essentiële skill.

Dat loslaten is wel een dingetje onder de jonge ouders van mijn therapiegeneratie, hyperbewust van alle mogelijke trauma’s die we onze kinderen kunnen aandoen – ook omdat we ze graag neerzetten als de hyperspeciale personages van ons levensverhaal. Een bekend fenomeen is de ‘zandbakpolitie’, waarbij ouders vanaf een paar meter toekijken of de kinderen wel eerlijk met elkaar spelen, terwijl we ongemakkelijk naar elkaar glimlachen.

Sarah Sylbing van de docu-serie Klassen (sowieso een must-see) zei in de Volkskrant: “De ouders van kansrijke kinderen moeten eens een beetje gaan chillen. Niet steeds alles op alles zetten, maar gewoon, een beetje vertrouwen hebben dat het wel goed komt met je kind.”

Ik merk het nu al tijdens bezichtigingen van basisscholen, waar overspannen ouders het liefst hoogstpersoonlijk de rode loper voor hun kind zouden uitrollen. “Vraagje: hebben jullie ook een speciaal lunchprogramma voor hele knappe en gevoelige kinderen die waarschijnlijk hoogbegaafd zijn?”

Vertrouwen. Ik moet vaak denken aan de aflevering van This American Life over een blinde man die zichzelf met een systeem van klikjes had leren ‘zien’. Hij kon zelfs fietsen. Nu leerde hij slechtziende kinderen om op die manier zelfstandiger te worden, maar hij merkte dat de ouders daarbij steeds nét te vroeg ingrepen. Zo bleven die kinderen gevangen in hun afhankelijkheid.

Daarna vertelde presentator Ira Glass over een onderzoek waaruit bleek dat Amerikaanse kinderen sinds de jaren ’50 steeds minder ver in de buurt mogen spelen, terwijl de omgeving juist steeds veiliger is geworden.

Laatst probeerde ik het. Mijn zoon slingerde op zijn loopfiets over een hoog bospad, wat me telkens een angstscheut bezorgde. Maar toen besloot ik hem te vertrouwen. Het werkte: hij viel maar één keer, en hij was supertrots op zijn schaafwond.