Respect

Onze overbuurman Patrick kijkt alle wedstrijden van het WK vrouwenvoetbal. Na de verloren WK-finale van de mannen in 2010 gooide hij letterlijk zijn TV uit het raam en stopte hij met voetbal kijken: “Ik was ‘r helemaal klaar mee.” Dat was balen voor mij toen we hier kwamen wonen: ik dacht dat het een van de weinige dingen was waar we over konden praten.

Na vijf jaar is het wantrouwen van de oude bewoners uit de straat en ons ongemak grotendeels verdwenen, zeker sinds we een kind hebben. We horen er nu helemaal bij. Patrick is onze vriend. Nu zijn wij degenen die aan nieuwe bewoners vragen: “Zijn jullie nou yuppen?”

Patrick vindt het prachtig, die voetballende meiden. Hij wilde ook de wedstrijden van Marokko op de Afrika Cup kijken – “Voor de Marokkaanse buren, ja toch?” maar tot zijn teleurstelling hadden de buren geen interesse. “Ik woon nu toch in Nederland,” zeiden ze. Dat vond hij maar raar.

Volgens mijn vriendin is Patrick een feminist zonder dat hij het doorheeft. Misschien is hij nog wel feministischer dan progressieve deugmannen zoals ik, juíst omdat hij het niet doorheeft. Hij past vaak op zijn vele kleinkinderen, grotendeels meisjes, die overal mee mogen slepen en klooien in zijn voortuin. Ik hoorde hem laatst met zijn galmende basstem tegen een kleindochter zeggen: “Je bent niét dik. Je bent mooi.” Zijn motto is: “Iedereen is lief.”

Vorig weekend keken we Nederland-Italië in zijn voortuin. “Ik ben zo trots op die meiden,” zei Patrick, die bloedzenuwachtig was. “Godver, waarom halen ze die Van de Sanden er niet uit! Beerensteyn moet erin! Beerensteyn!”

Natuurlijk zijn er nog wel verschillen. “Waarom drinken jullie eigenlijk biologisch bier?” vroeg Patricks zus Nel over de Gulpener witbiertjes die ik had meegenomen. Al snel kreeg ik gewoon een Grolsch beugelfles in mijn handen geduwd, die ik niet helemaal op kreeg omdat ik voelde dat ik dan dronken zou worden. Na de wedstrijd gaf ik iedereen een overwinnings-high five en liet mijn halve biertje onder mijn tuinstoel achter.

Woensdag keek ik Nederland-Zweden bij Patrick thuis. Nadat ik was gaan zitten, liep hij naar de keuken en zette even later zonder iets te zeggen mijn half opgedronken Grolsch-fles van afgelopen zaterdag voor me neer – koud, dat wel. Zo werkt dat bij hem: geen gedoe, maar wél even iets duidelijk maken.

“Zo mooi dit,” zei hij terwijl hij zijn zoveelste sigaret opstak en koortsachtig naar het scherm staarde. “Mijn pa had het moeten zien. In zijn tijd moesten de dames binnenblijven. Maar hij zei al-tijd: vrouwen moet je respecteren. Toen mijn nichie ging voetballen, was het nog helemaal niks. En kijk ze nu.”

Toen Jackie Groenen in de verlenging de 1-0 scoorde, sprongen we op en omhelsden elkaar extatisch. Na mijn halve biertje kreeg ik een blikkie cola. Ik rookte twee sigaretten. Het was een top-avond.