Lievelingsdier

Tijdens de zwangerschap keken we ontzettend veel tv. Zeven seizoenen van The Good Wife bijvoorbeeld, waardoor we op een gegeven moment alleen nog maar in het jargon van de Amerikaanse rechtspraak konden praten – ‘Objection, your honor – relevance?!’ – maar ook alle BBC-natuurseries van sir David Attenborough – Planet Earth, Life, etc.

In een van zijn epische voice-overs sprak Attenborough zo teder over olifanten, dat ik besloot te googelen of het eigenlijk zijn lievelingsdier was. Sowieso een leuke vraag voor iemand die een respectabel deel van de 8.7 miljoen diersoorten op aarde van dichtbij heeft meegemaakt.

Niet de olifant, maar een tien maanden oude mensenbaby bleek Attenboroughs favoriete organisme: “Ik kan er eindeloos naar blijven kijken. Hoe snel het leert, groeit en woorden verzamelt. Geen enkel ander dier is zo complex en zo fascinerend,” zei hij in een interview.

Een jaar later heb ik nauwelijks nog tijd om tv te kijken, maar begrijp ik precies wat Attenborough bedoelt: het is eindeloos fascinerend om een kind van tien maanden bezig te zien. De manier waarop mijn zoon in innige concentratie met een lichtknopje speelt, terwijl hij prevelt: “Uit… uit…” Of hoe hij juist totaal rusteloos het balkon verkent, telkens weer afgeleid door nóg een spannend stuk karton. Voortdurend mompelt hij: “Deze, dit, dat, die,” overweldigd door wat hij allemaal nog moet ontdekken, als iemand die voor het eerst XTC heeft gebruikt.

Eigenlijk begint zijn leven nu pas echt. Een jonge baby is enorm kwetsbaar, en dat haalt een diep soort liefde in ons naar boven, maar het stelt nog niks voor – de eerste negen maanden probeer je als mensenouders vooral de omstandigheden van een baarmoeder na te bootsen. Giraffen lachen ons uit: hun baby’s galopperen in één keer het geboortekanaal uit. Nu pas kunnen wij ons mensenkind een beetje loslaten en van een afstandje begluren, met een begeleidende Britse voice-over in ons achterhoofd.

Van de week haalde ik mijn zoon op bij het kinderdagverblijf. In de deur zit een observatieraam – een Robert M.-venster, zullen we maar zeggen – waar ik altijd even blijf staan om hem in een onbewaakt moment te kunnen bekijken. Het is hartverwarmend (en geruststellend) om ons diertje dan vol enthousiasme achter een van de leidsters aan te zien kruipen, of rustig te zien spelen.

“Lekker dagje gehad weer hoor,” zei de leidster toen ik binnen was en hem had opgepakt. Ze deelde een baby-anekdote: op een gegeven moment was ze even om de hoek bezig geweest, toen ze gegiechel hoorde. Vervolgens zag ze dat Tinus in een elektrisch wipstoeltje was geklommen, die een bevriende baby heen en weer aan het duwen was, terwijl ze de grootste lol hadden.

Ik keek naar Tinus, die ondeugend lachte. Tien maanden oud en nu al een privéleven. Het moet verdomme niet gekker worden.