Lekker weer

Terwijl Tinus in bad zat, bespraken zijn moeder en ik wie hem naar bed zou brengen. Ouderschap is: voortdurend onderhandelen. Als jij stofzuigt, dan verschoon ik zijn luier. Doe jij de afwas? Dan geef ik jou vanavond orale seks. “Ik doe het wel, ga jij maar even op de bank liggen,” zei ik nu.

Maar toen mengde onze zoon van bijna twee zich opeens in de discussie: “Nee,” zei hij, “mama naar bed brengen.” We keken hem verbaasd aan. Om zijn argument kracht bij te zetten knikte hij kalm: “Ja. Ja. Mama doen.” Daar konden we niet tegenop.

Tinus kan ontzettend goed praten, maar de laatste tijd neemt het wel heel volwassen vormen aan. Als mijn vriendin de planten de planten water geeft, zegt hij: “Goed zo mama.” Zodra we naar buiten gaan, zegt hij tegen de buren: “Lekker weer!” Als we met z’n drieën naar het park fietsen, merkt hij op: “Gezellig.”

Hij praat ons ook voortdurend na, dus dat is oppassen geblazen. “Godverredomme!” roept hij soms enthousiast. En als een duplo-blokje niet past: “Kut.” Als ik hem dan half lachend vermaan, gaat hij het natuurlijk alleen maar herhalen: “Kuttt. Kuttt. Kuttt.” Het grappigste vind ik nog dat hij geluidjes nadoet die helemaal geen betekenis hebben. Als ik hem voor het slapen gaan vraag welk boekje hij wil lezen, zegt hij eerst: “Ehmmm…”

Maar er schuilt ook een groter risico in. Het is heel verleidelijk om hem steeds gelijkwaardiger te gaan behandelen, terwijl hij eigenlijk nog gewoon een peuter is die geen fuck van de wereld begrijpt. Mijn vader zei laatst nog: “Hij lijkt op jou. De kinderpsycholoog zei over jou ook dat je ratio veel verder ontwikkeld was dan je emotionele kant.” Alice Miller, anyone?

De kinderpsycholoog. Als zevenjarige bemiddelde ik in de relatiecrisis van mijn ouders; de jaren erna voelde ik me verdrietig zonder dat ik begreep waarom. Vervolgens moest ik maandenlang inktvlekken interpreteren, waarna de conclusie was dat het gewoon aan mijn emóties lag. Dat we daar niet eerder op gekomen waren!

Maar ja, daar hebben we nu eenmaal een ongemakkelijke relatie mee, hier in Noord-Europa. Al mijn vrienden lopen bij psychologen, yoga-leraren of haptonomen om te leren wat dat eigenlijk is, voelen. Cabaretier Daniël Arends vertelde bij ’24 Uur Met’: “Mijn psycholoog zei: de volgende keer gaan we kleurentherapie proberen, want als jij praat, hóór ik veel over emoties, maar ik zie ze niet.” Hij zweeg. “Toen ben ik dus niet meer teruggegaan.”

Dat is het probleem: woorden zijn krachtig, maar ze zijn vruchteloos tijdens de dierlijke momenten van het leven, als we overvallen worden door rauwe verlangens. Ik zie het ook aan mijn zoon, die zich soms simpelweg geen raad weet met wat hij allemaal wil. “Niet die aardappel, dié! Dié! Niet papa pakken, Tinus dooeeeeeen!” huilt hij dan, in een wanhopige poging om zijn wereld weer in woorden te vangen.

Het enige wat je dan kan doen, is zwijgen, er voor hem zijn en wachten tot het overgaat. Tot hij oud genoeg is om naar een meditatie-retraite te gaan.