Laat je redden

Op Kerstavond kwam een goede vriend bij ons eten. Het was voor veel mensen een klotejaar, maar ik kan met enige zekerheid stellen – zonder in details te treden – dat zijn jaar zeker drie keer zo klote was. Drieënhalf keer, misschien wel.

Het was fijn om hem bij ons te hebben. Hij laat zich altijd graag bedelven door onze kinderen. Tegelijk was het vreemd: terwijl hij zijn kerstmaal naarbinnen schrokte als de hongerige leeuw uit het gelijknamige Gouden Boekje, besefte ik dat dat hij waarschijnlijk niet aan tafel had gezeten als het beter met hem was gegaan.

Ik wilde hem altijd dichtbij hebben, maar dat lukte pas toen hij aan de grond zat. Zoals mijn vriendin zich ook pas laat verzorgen als ze 40 graden koorts heeft. (Ik hou het meest van mijn vriendin als ze 40 graden koorts heeft.)

Op de middelbare school vormden mijn vrienden en ik een nieuw soort familie, maar toen die dagelijkse verplichting wegviel, werd het contact ook snel minder. Ik begreep daar niets van: half opgevoed door Friends-video’s was ik ervan uit gegaan dat we elkaar de rest van onze levens zouden treffen op de bank van onze favoriete koffiezaak, of gewoon bij Monica thuis.

Die frustratie kwam deels voort uit egoïsme: ik wilde dat mijn vrienden stante pede klaarstonden om de film te kijken die ik nog wilde zien. Ik stond nauwelijks open voor nieuwe mensen; dan was ik liever alleen. En ja, ik val blijkbaar op individualisten: mijn vrienden nemen weinig initiatief en leken minder behoefte te hebben aan ‘het complete groepje’. Ik moest het accepteren.

Nu ik zelf een gezin heb denk ik echter: fok die shit. Nu hecht ik pas echt waarde aan bezoek, hulp, kaartjes, samen eten, je verhaal kwijt kunnen, dagelijks contact (en alleen zijn, oh god alleen zijn).

Het klinkt mooi als je over een vriend zegt: “Wij kunnen elkaar een jaar niet spreken en dan zit het nog steeds goed”, maar het is bullshit. Na een lange radiostilte moet je eerst door vele lagen van oppervlakkigheden wroeten voor je het écht ergens over kunt hebben. En dan is het alweer tijd om te gaan.

Een vriend vertelde me eens hoe hij een andere vriend had verteld dat het een tijdje niet goed met hem ging. Die jongen had woedend geroepen: “Waarom heb je me niet gebeld?!” Hij vond dat hem iets was ontzegd: de kans om te helpen.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat we deels zo zijn geworden door de red-jezelf-mentaliteit die de VVD al decennia aan ons opdringt. We begraven onszelf met werk en afleiding en trekken ons steeds verder terug in ons schuldgevoel. Achteraf, als het weer beter gaat, vertellen we over onze depressie.

Dit was het jaar van afstand en nabijheid, begrippen die nieuwe betekenis kregen. Je verzetten tegen dat nieuwe normaal is stompzinnig, maar tegelijk moeten we het vuurtje in onszelf brandend houden en onze wereldjes niet te erg laten slinken. Contact houden als het slecht gaat – of beter nog, daarvoor al.