Iets extra’s

Een oude wijze vriend stuurde me een mooie reactie op mijn vorige stukje. Hij feliciteerde me niet met mijn huwelijksaanzoek, maar zei dat hij mijn stukjes vaak zo “aandoenlijk” vond. “Vooral op de momenten dat je bang wordt. Er is ALTIJD iets grondig mis geweest met deze wereld Rutger,” schreef hij. Maar: “In wezen, ten diepste, hoef je je in dit leven nooit ergens zorgen over te maken.”

Dat had ik even nodig, want het sluiten van de kinderopvang en de ZZP-opmerking van minister Wiebes hakten er onverwacht hard in. Ik begon toch een beetje te wanhopen: ging het wel lukken, de komende weken? Daar voorbij lag een toekomst die al helemaal onzeker was.

Zoals gezegd: dat past ook wel bij mijn gevoel van de laatste tijd. Mijn vriend heeft waarschijnlijk gelijk als hij zegt dat er ALTIJD iets mis is geweest met deze wereld, maar de geboorte van twee kinderen in ruim twee jaar tijd heeft mijn wereld al honderden malen op z’n kop gezet. 

Daarom dacht ik vanochtend aan onze kraamverzorgster Saartje. Een vrouw van vijfenzestig met een grote bril en een hoog beleefd stemmetje, die door Annie MG Schmidt was bedacht en door Fiep Westendorp voor ons was uitgetekend. “Dag, ik ben Saartje,” sprak ze fijntjes toen ik de eerste ochtend verward de deur opendeed. Ik gaf haar een hand. Dat kon toen nog.

Saartje hielp ons tijdens die extreem hectische weken na de komst van een tweede kind niet alleen met de borstvoeding en het eerste badje; ze hielp ons om beter te leven. “Het is zo’n lieverd,” zei ze steeds over onze oudste, juist op de momenten dat ik me aan hem begon te ergeren. “Niet die afwas doen! Gaan jullie maar even slapen,” sprak ze ons streng toe.

Maar het belangrijkste was dat ze elke middag een warme maaltijd voor ons kookte. Saartje werkte al vijftien jaar in de kraamzorg, maar voor die tijd had ze meerdere levens geleefd: als hippie in New York, als kok in meerdere restaurants. Daardoor was ze in staat om van vier willekeurige ingrediënten en wat kruiden een maaltijd op tafel te toveren die mijn vriendin en mij elke keer versteld deed staan: komt dit uit onze keuken? We hadden toch alleen maar een prei en een half bakje crème fraîche in huis?

Dat liefdevolle voedsel was elke dag een verademing. Als een omhelzing op het moment dat je oververmoeid bent: opeens voel je de spanning van je afglijden. Niet zelden zat ik met tranen in mijn ogen te eten.

Saartje vertrok uiteindelijk, tot onze grote spijt, maar ik probeer sindsdien om iets van haar aanwezigheid vast te houden. Als het leven wat moeilijker gaat, is het heel verleidelijk om je tot het minimale te beperken: twee boterhammetjes met smeerkaas en dóór. Maar juist dan probeer ik iets extra’s te doen, door voor iedereen een smoothie te maken, of een eitje te koken, of desnoods een beetje komijn over dat godvergeten bammetje smeerkaas te strooien. Iets vers, iets warms. Iets extra’s.

Tijdens deze weken zouden we allemaal wel een Saartje kunnen gebruiken. Nu moeten we het zelf maar doen. Dat hoeft niet duur te zijn. Je hoeft er ook geen pasta voor te hamsteren. En het hoeft zich natuurlijk niet tot eten te beperken. Maar als je daar begint, volgt de rest vaak vanzelf.