Extravagante poepluier

Ik was in opperste concentratie een overvolle, ik zou zelfs zeggen extravagánte poepluier aan het verwijderen – spartelende beentjes omhooghouden, met andere hand billendoekje pakken, wasbare luier in het kakbakje leggen, en dit alles in hoog tempo om zo snel mogelijk van de stank af te zijn – toen ik vanuit mijn ooghoek zag dat Tinus iets aan het eten was. “Hé lieverdje, ben je lekker aan smikkelen?” zei ik. “Hoe kom je daar aaaaAAAAAAAH? Oh nee. Oh nee.”

Het was gebeurd. Mijn zoon had zijn eigen poep gegeten. Hij glimlachte erbij.
Een paar seconden later begon hij echter heel hard te huilen, alsof hij besefte wat hij had gedaan. “Ja schat, dat moet je een keer meemaken,” zei ik terwijl ik hem vlug naar de badkamer droeg om zijn tanden te poetsen.

Ze vertellen je zoveel dingen niet. Dat je tijdens het eten nauwelijks met elkaar kunt praten omdat hij overal doorheen gilt (een babyhuiltje is echt niets in vergelijking met het oorverdovende gegil van een peuter), dat hij nú al soms overal ‘nee’ op zegt en alles wegduwt (inclusief zijn vader), dat hij zo ontzettend woedend kan worden, een woede die je daarvoor alleen bij dieren hebt gezien.

Mijn vriendin en ik hebben regelmatig ruzie over hoe ‘moeilijk’ Tinus nou precies is. Ik heb geen vergelijkingsmateriaal, maar ik vermoed dat hij niet de makkelijkste is. Mijn vriendin verdedigt hem dan vol overgave, als een echte moeder, een dynamiek die we waarschijnlijk de rest van ons leven zullen volhouden – hij heeft immers ook niet de meest makkelijke ouders. Inmiddels hebben we een compromis gevonden: Tinus is ‘temperamentvol’.

En zo is het ook. Hij is altijd al fysiek sterk geweest (ik zweer het je, over een jaar verslaat hij me met armpje drukken), maar mentaal is hij net zo krachtig. Als hij met twee treden tegelijk de trap beklimt terwijl ik hem op de voet volg, draait hij zich opeens ferm om en zegt met een terechtwijzend vingertje: “Nee nee nee.” Ik was hem niet eens aan het helpen, maar hij claimt nu al zijn eigen ruimte.

Niemand vertelt je dat zo’n afscheid al zo vroeg begint, maar het maakt me ook trots. Net zoals ik trots ben op zijn grapjes, zijn nieuwsgierigheid en hoe hij keihard “KOE” roept als hij een plaatje van een koe ziet. Hij gaat later rusteloos worden, absoluut, maar hij zal ook vooropgaan in de strijd (tegen de aliens die onze zonne-energie komen stelen).

Want ja, er gebeurt zoveel meer dan ze je vertellen, maar dit is ook echt pas het begin. Als ik hem midden in de nacht vasthoudt terwijl hij vol overgave zijn frustraties eruit krijst, fluister ik: “Rustig, rustig, je maakt het jezelf zo moeilijk.” Maar dan denk ik tegelijkertijd: het heeft mij 33 jaar gekost om dat te leren, en het lukt me nog steeds niet altijd om rustig te blijven.

Laat hem dus nog maar even duwen, krijsen en zijn eigen kak eten. Ik zal er altijd zijn om na afloop zijn tanden te poetsen.