Emmy

Vlak voor de ceremonie begon, vroeg Stephane me om hem ervan te overtuigen dat we niet gingen winnen. Ik keek hem strak aan en zei: “Wij zijn een kleine film van nieuwe makers, die ze er alleen maar bij hebben gezet om aan te geven dat ze experiment steunen. De nominatie is een aanmoedigingsprijs. Er is nul kans dat we winnen. Nul.” Hij knikte. “Ok.”

Twintig minuten later klonk het: “And the Emmy goes to… Etgar Keret: Based on a True Story.”

Misschien had ik geprobeerd om mezelf in te dekken. Ik had vroeger vaak te hoge verwachtingen; nu was ik de andere kant op geschoten.

Ik kon ook oprecht niet goed inschatten wat die International Emmy Awards precies voorstelden. Aangezien alleen de regisseur en iemand van de productie werden uitgenodigd, moest er voor mij een kaartje van liefst 600 dollar gekocht worden. Per mail werd me aangeboden om een eigen nominatie-medaille te kopen (150 dollar), begeleid door een Tell Sell-achtige foto van de glimmende koopwaar. Was het een soort geldklopperij, inspelend op de ijdelheid van buitenlandse film- en tv-makers?

Maar toen we de enorme balzaal in New York binnenkwamen, beseften we opeens: dit is echt. Een echte award ceremony, met dezelfde beeldjes.

De avond ervoor had een dronken Britse tv-producent me op het hart gedrukt om alsnog zo’n medaille te kopen: “Frame it, stick it on the wall. As a creative you have good days and bad days, right? Now, when you’ll have a bad day, you can just point at the wall and say: I got nominated for a fuckin’ Emmy.”

Nadat we dan toch wonnen, moest ik steeds denken aan die middag tijdens de montage-fase van de film, toen ik koortsachtig rondjes door het bos bij ons de buurt liep, terwijl ik mezelf hardop moed probeerde in te praten, om te voorkomen dat ik volledig zou doordraaien (dat doorgedraaide mensen vaak hardop tegen zichzelf praten, liet ik even buiten beschouwing). De film leek nergens op, de vriendschap met Stephane stond op springen.

Het is moeilijk, misschien wel onmogelijk, om ego en artistieke urgentie van elkaar te scheiden. Maar op de een of andere manier (door pure uitputting waarschijnlijk) besloten we toen om alle persoonlijke bewijsdrang opzij te zetten en gewoon een zo goed mogelijke film te maken.

Als je zo’n prijs wint, ligt ijdelheid alsnog op de loer. Maar door die herinnering kon ik dit keer vrij kalm van het moment genieten. Gewoon even dat beeldje vastpakken en grijnzend mijn vriend, die wonderwel nog steeds mijn vriend is, op de schouder slaan.
Nu weet ik weer niet goed wat het betekent. Maar toen werd aangeboden om een extra beeldje te kopen, heb ik het toch maar gedaan. De volgende keer dat ik de behoefte voel om hardop pratend door een bos te lopen, kan ik daar dan even naar kijken. En denken: waarom heb ik in godsnaam 600 dollar voor dat ding betaald?