De pont

Ik hou ervan om op de pont te staan. Net zoals bij andere vormen van openbaar vervoer word je gedwongen om met willekeurige vreemden een ruimte te delen, maar op de pont sta je altijd dicht op elkaar, en dobber je in vijf minuten naar de overkant, voordat iedereen weer met veel kabaal uit elkaar stuift. Dat zorgt heel even voor een vreemd soort intimiteit en rust.

De rust werd dit keer verstoord door een baby die steeds harder begon te krijsen. Sinds de geboorte van mijn zoon ben ik hypergevoelig voor het geluid van huilende baby’s. Ze lijken ook allemaal op Tinus. Soms sta ik midden op straat opeens paraat om met een flesje naar boven te rennen.

Ik keek naar de bron van het geluid en zag een baby van een paar weken oud, die net werd opgepakt door haar vader, een man van Mediterrane afkomst, of iets Zuid-Amerikaans, dat zou ook goed kunnen. Misschien Oost-Europa. Hoe dan ook was het een grote man met zwart haar en een ringbaardje, een macho-type, dus ik bleef kijken met een mengeling van vooroordeel en de verwachting van leedvermaak: hoe zou hij het er vanaf brengen? Hij zou vast het geduld niet kunnen opbrengen. Een huilende baby vergt oneindig veel geduld. Zeker op de pont. Ik had het zelf destijds niet gekund.

Maar de man bleef kalm zijn meisje zacht op en neer bewegen, terwijl hij oprecht glimlachte naar de vele starende mensen. “Baby’s hè,” leek hij te zeggen. Hij deed het zo goed. Verdomme. Wie moest ik nu dan gebruiken om mijn eigenwaarde op te krikken?

Gelukkig stond er naast me een witte yup met halflang haar en een baardje, zijn zoontje (een jaar of zeven) achterop de fiets. Hij merkte als enige de baby niet op, omdat hij zijn iPhone-oortjes in had. Die lul luisterde dus gewoon muziek terwijl hij zijn zoon van school haalde. Dat zou ik nóóit doen.

“Huilde ik ook zo pap, toen ik klein was?” vroeg het jongetje, die bezorgd naar de baby keek. “Pap?” “Hm?” zei zijn vader, terwijl hij een oortje uit deed. Hij keek even achterom naar de baby. “Jij was niet zo klein,” zei hij toen. “Nee, huílde ik ook zo?” drong het jongetje aan. “Weet ik niet meer,” zei de vader en sloot zich weer af, waarna hij verveeld door WK-uitslagen begon te scrollen.

Toen waren we alweer aan de overkant en gingen alle huilende baby’s weer uit elkaar, naar hun eigen vertrouwde huis.