Boks

Ik moest wiet halen voor een vriend van me. Dat klinkt alsof dit verhaal zich afspeelt toen ik nog op de middelbare school zat, maar het was een dertigersboodschap: hij zocht wiet met weinig THC en extra veel CBD – die hippe heilzame stof die je ook in flesjes bij Holland & Barrett kunt kopen. De wiet was alleen in Amsterdam verkrijgbaar, en die vriend woont in Eindhoven (ja ik heb ook vrienden buiten de Randstad, en ook daar wonen blijkbaar neuroten).

De coffeeshop bevond zich op een industrieterrein. Naast een slagboom zat een beveiliger, die vriendelijk knikte naar de man voor me en mij in mijn auto grondig scande, voor hij terecht concludeerde dat ik geen enkele dreiging vormde.

Ik stapte uit, gekleed in de lange herenjas die me nog meer op een vader doet lijken, ‘gedistingeerd’ zoals een vriend het laatst spottend noemde. Op de deur de huisregels: 18+, geen gezichtsbedekkende kleding, etc. Maar ook: geen seksisme of racisme. Een progressieve coffeeshop, met biologische wiet.

Vanbinnen leek het een soort hippe apotheek: de medewerkers in witte jassen, de inrichting klinisch en toch cool. Ik was aan de beurt bij een zwarte jongen met korte dreads en vroeg naar de CBD-wiet. “Hoeveel gram wil je man?” zei hij.

Op de middelbare school blowde ik veel. De eerste keer dat ik spijbelde was ook meteen de eerste keer dat ik een coffeeshop in ging, en op de terugweg zag ik voor het eerst prostituees achter de ramen staan. Dat was me het dagje wel.

De hiërarchie was duidelijk: bouwer-buyer-bietser. Eerst mocht degene die de joint draaide een trekje nemen, daarna degene die het gekocht had, en daarna pas het gepeupel. Ik hoorde bij die wanhopige sukkels die vochten om het stompje, terwijl de bouwer en de buyer al kalm terug naar school wandelden.

Ik weet dus niets van grammen. Maar in die huisregels stond ook: “Niet meer dan vijf gram per persoon per dag”, dus ik zei: “Drie ofzo?” Hij deed een enorme hoeveelheid in het weegschaaltje. “Dit is een gram.” “Dat is wel genoeg,” zei ik snel, de geremde dertiger.

Door de medische uitstraling besloot ik nog wat vragen te stellen. “Mijn vriendin wordt altijd suf van blowen, hebben jullie daar iets tegen?” De jongen pakte een bakje en zei: “Als ze hiér suf van wordt, vind ik het knap.” Na nog meer veel te technische vragen (“Zou je een vaporizer aanraden?”) rekende ik af.

“Oké man,” zei de jongen, en hij stak zijn vuist naar voren. Ik keek er even in paniek naar. Toen stootte ik mijn vuist tegen de zijne, zoals ik duizenden keren heb gedaan als tiener. Maar terwijl hij hem vervolgens gewoon op zijn borst klopte, als een normaal persoon, stak ik mijn vuist kort en onzeker de lucht in. De jongen trok een wenkbrauw op.

In de auto lachte ik mezelf keihard uit. Want dat is wel een voordeel van dertiger zijn: dat je een auto hebt om jezelf keihard in uit te lachen.