Eerlijk

“Lieve volgers, dit jaar zal ik geen stories over mooie reizen en spannende feestjes meer posten,” schreef een knappe vrouw, een soort influencer, die ik op Instagram volg. “Ik merkte dat ik neerslachtig werd als ik door mijn insta scrollde, omdat iedereen 24/7 gelukkig lijkt. Daar wil ik niet meer aan meedoen. Dit jaar wil ik meer mezelf zijn. De afgelopen tijd hebben jullie al kunnen merken dat ik meer post over dingen die belangrijk voor me zijn: vrienden, familie, avondjes thuis.”

Het grappige is dat ik die foto’s inderdaad voorbij had zien komen, maar dat ik helemaal geen verschil had gezien. Ja, ze toonden intiemere situaties dan voorheen, maar de beelden waren nog steeds jaloersmakend: een zwart-wit portret van een zwangere (halfnaakte) modellenvriendin, een perfect uitgelichte foto van een boswandeling met haar ongelofelijk knappe vriend, een plaatje van een familiediner dat rechtstreeks uit een Italiaanse film leek te komen. Zelfs op de nonchalante selfie van een make-uploos avondje op de bank was ze prachtig – iedereen weet dat joggingbroeken stiekem heel sexy zijn.

Ik wil deze Instragrammer helemaal niet belachelijk maken – haar streven is mooi en begrijpelijk. Maar de uitwerking toont aan dat het bijna onmogelijk is om oprecht te zijn op sociale media, en misschien wel überhaupt in onze gemediatiseerde samenleving.

Het kapitalisme gunt ons namelijk geen rust, zelfs niet tijdens onze meest intieme momenten; we moeten blijven consumeren. Hoe meer we door social media scrollen, hoe meer advertenties er verkocht kunnen worden, en misschien kopen we zelf ook nog iets wat we niet nodig hebben. (Zoals de hippe rugzak met USB-poort waarvan ik laatst opeens zeker wist dat ik hem moést hebben en waar ik uren van wakker lag.) De posts daartussendoor, van ons allemaal, zijn ook advertenties – voor het sociale medium zelf. Ze moeten dus wel aantrekkelijk zijn, of ironisch-aantrekkelijk, zelfs als het over intimiteit gaat, en daarmee verliezen ze onvermijdelijk authenticiteit. Bijna niemand kan daaraan ontsnappen. Oprechtheid is als een zeepje dat steeds uit je handen glipt als je het probeert te grijpen.

Want er is nog iets wat het kapitalisme briljant doet: zodra iets ertegenin gaat, wordt het al snel in het systeem opgeslokt. Wil je minder op social media zitten? Koop dan deze concentratie-app. Verlang je naar eerlijkheid over carrièrefouten? Kom naar onze faal-avond en leer hoe het wél moet. Burn-out? Met deze mindfulness-cursus ben je er zo weer bovenop. Je moet blijven meedoen.

Daarom ben ik ook sceptisch over veel goede voornemens, hoe goedbedoeld ze ook zijn. In eerste instantie gaat het vaak over heel persoonlijke zaken – lichamelijke conditie, mentale rust, routine, liefde – maar als je even doorvraagt staat het dan toch weer in dienst van het optimaliseren van de productiviteit, de koopkracht en het persoonlijke ‘systeem’. Het blijft bij kleine correcties, maar de ware reden voor de uitputting, voor het eeuwig knagende gevoel dat het niet genoeg is – die blijft steeds nét buiten ons bereik.

——–
Dit was mijn laatste inval-column voor De Volkskrant.

Kalfje

“Je bent in een rare bui,” zegt mijn vriendin bij het ontbijt. “Hoezo?” vraag ik met een kalme glimlach, waarvan ik me al snel realiseer dat het een maniakale grijns is. Ik scroll intussen verder door de lijst met ‘100 films die je gezien moet hebben voor je doodgaat’ – zo nu en dan maakt een helder ping-geluid duidelijk dat een van mijn vierendertig downloads voltooid is.

“Je gedraagt je als een kalfje dat voor het eerst de wei in mag: tegelijk superblij én superbang.” Ze heeft gelijk: gisterochtend was ik aan de ontbijttafel nog zo neerslachtig dat ik nauwelijks een gesprek kon voeren, nu wil ik haar opeens allerlei mooie liedjes laten horen. “Het is oké,” zucht ze. “Je hebt dit altijd rond deze tijd van het jaar.”

Het schijnt dat we liedjes in ons hoofd krijgen als we eigenlijk overbelast zijn: de herhalende muziek verdrijft alle gedachten, als een dweilmachine op de ijsbaan. De afgelopen weken zat mijn hoofd vol met kerstliedjes, maar er was nog een zinnetje dat maar terug bleef komen, uit het nummer Gekkenhuis van Opgezwolle: “Ik dacht dat het met mij wel goed ging/Nu heb ik alweer last van moodswings”.

Deze tekst van de rapper Sticks (tevens verantwoordelijk voor de parel “Gooi je handen in de lucht/Voor de stress in m’n rug”) vat perfect samen hoe het is om labiel te zijn. Juist als het al maanden prima gaat, net als ik denk dat ik eindelijk van die diepe dalen af ben: dan slaat het toe. Schijnbaar uit het niets. Ik moet ook vaak denken aan een tweet van comedian Marc Maron: “Why, anxiety? I was just sitting here.”

Het is eigenlijk jammer dat we in het Nederlands geen goede vertaling voor het woord ‘anxiety’ hebben: de combinatie van angst, zenuwen en opwinding. Een algehele onrust.

Natuurlijk is het niet vreemd dat dit gevoel me altijd tijdens de overgang van december naar januari overvalt. De druk van de buitenwereld is dan immens groot: laatste deadlines, sociale spanningen, goede voornemens. Vink ik bij mijn nieuwe zorgverzekering de optie aan waarbij mijn partner een uitkering krijgt als ik overlijd door een ongeval, of toch maar niet? En tegelijkertijd gebeurt er helemaal niets: het is koud, donker en stil. Je kunt alleen maar binnen zitten en angstig scrollen, terwijl je af en toe opschrikt van een vuurwerkbom.

Iedereen weet ook dat het jaar eigenlijk in de zomer eindigt. Dan is alles omgekeerd: de druk neemt juist af en er gebeurt van alles. In september heb ik altijd volop nieuwe energie, in plaats van het katerige gevoel van die eeuwigdurende januarimaand.

Bij dezen nodig ik u dan ook van harte uit voor mijn oud-en-nieuwfeest op 31 augustus. Ik heb al zeker dertig films klaarstaan die je echt gezien moét hebben.